Litouwen, voor het eerst gevormd in het midden van de 13e eeuw, was een enorm feodaal land dat zich in de middeleeuwen uitstrekte van de Oostzee tot de Zwarte Zee en in 1569 een unie met Polen vormde om een ​​gemenebest te vormen. Litouwen maakte deel uit van het Poolse Litouwse Gemenebest tot de Poolse partities in de 18e eeuw toen het deel werd van het Russische rijk.

Het moderne Litouwen werd in 1918 onafhankelijk van Rusland na de Eerste Wereldoorlog en de ontbinding van de tsaristische monarchie. In 1940 werd Litouwen echter met geweld ingelijfd bij de Sovjet-Unie en kort daarna bezet door de nazi’s, die met hulp van lokale medewerkers bijna de gehele tot dan toe zeer prominente joodse bevolking en vele lokale Polen vermoordden. Later in de Tweede Wereldoorlog heroverde de Sovjet-Unie Litouwen en vervolgde en doodde ook veel Litouwers op brute wijze, vooral tijdens het terreurbewind van Stalin. Op 11 maart 1990 verklaarde Litouwen als eerste van de Sovjetrepublieken zijn onafhankelijkheid, maar deze afkondiging werd pas in september 1991 algemeen erkend na een mislukte staatsgreep in Moskou. De Sovjet-Unie erkende op 6 september 1991 de onafhankelijkheid van Litouwen.